Hymnen
Toen Hij de ommuurde stad verliet en Zijn kruis op Zijn schouder droeg, verzamelden zich Hebreeuwse vrouwen die zuchtend om Hem huilden. Zijn moeder stond op een afstand, met al haar haar bekenden. Als een duif begon zij te weeklagen met grote pijn en verdriet: “Waarheen, mijn Zoon, waarheen, mijn geliefde? Waarheen leiden zij U en gaan zij met U heen? Waarom heeft u uw ziel overgeleverd in de handen van het onderdrukkende volk? Wee mij, mijn Zoon, wee mij, mijn geliefde. Wat is U vandaag overkomen? Gezegend zij Uw lijden dat voor ons heeft plaatsgevonden en Uw vernedering omwille van ons.”
ܟܰܕ ܢܳܦܶܩ ܡܶܢ ܓܰܘ ܟܰܪܟ̣ܳܐ܆ ܘܰܛܥܺܝܢ ܨܠܺܝܒܶܗ ܥܰܠ ܟܰܬܦܶܗ. ܘܶܐܬܟܰܢܰܫ̈ܝ ܥܶܒܪ̈ܳܝܳܬܳܐ܆ ܕܰܢܒܰܟ̈ܝܳܢ ܠܶܗ ܒܰܚܢܰܓܬܳܐ. ܩܳܝܡܳܐ ܐܶܡܶܗ ܡܶܢ ܪܽܘܚܩܳܐ܆ ܘܥܰܡܳܗ̇ ܟܽܠܗܶܝܢ ܝܳܕܽܘܥܶܝ̈ܗ̇. ܘܰܐܝܟ ܝܰܘܢܳܐ ܫܰܪܝܰܬ ܢܳܗܡܳܐ܆ ܒܚܰܫܳܐ ܪܰܒܳܐ ܘܟܰܪܝܽܘܬܳܐ. ܠܰܐܝܟܳܐ ܒܶܪܝ ܠܰܐܝܟܳܐ ܚܰܒܺܝܒܝ܆ ܠܰܐܝܟܳܐ ܕܳܒܪܺܝܢ ܠܳܟ ܘܳܐܙܺܠ̱ܝܢ. ܠܡܳܢܳܐ ܟܰܝ ܐܰܫܠܶܡܬ ܢܰܦܫܳܟ܆ ܒܺܐܝ̈ܕܰܝ ܥܰܡܳܐ ܛܳܠܽܘܡܳܐ. ܘܳܝܠܺܝ ܒܶܪܝ ܘܳܝܠܺܝ ܚܰܒܺܝܒܝ܆ ܡܳܢܳܐ ܓܰܕܫܳܟ ܝܰܘܡܳܢܳܐ. ܒܪܺܝܟ ܚܰܫܳܟ ܕܰܗܘܳܐ ܚܠܳܦܰܝܢ܆ ܘܡܽܘܟܳܟܳܟ ܡܶܛܽܠܳܬܰܢ܀