Hymnen
Naar de zee van uw barmhartigheid, kijk ik, o Eniggeborene God, want mijn overtredingen zijn talrijk en mijn fouten werden sterker. Besprenkel mij met uw reinigende hysop en was mij met de tranen van mijn ogen. Ik smeek U, Heer, met de liefde van uw Verwekker: laat de kwaadwillenden mij niet bespotten, maar laat de engelen zich verheugen over één zondaar die berouw heeft van zijn onrecht. En laat hun zeggen: “Gezegend is de Heer, wiens deur open staat voor de berouwvollen, halleluja, dag en nacht.”
ܠܝܰܡܳܐ ܕܪ̈ܰܚܡܰܝܟ ܚܳܐܰܪ ܐ̱ܢܳܐ. ܝܺܚܺܝܕܳܝܳܐ ܐܰܠܳܗܳܐ ܕܰܤܓܺܝܘ ܚܰܘ̈ܒܰܝ ܘܰܥܫܶܢܘ ܒܽܘܨܳܪ̈ܰܝ. ܪܽܘܣ ܥܠܰܝ ܒܙܽܘܦܳܟ ܕܰܟܝܳܐ. ܘܚܰܠܶܠܰܝܢܝ ܒܕܶܡ̈ܥܶܐ ܕܥܰܝ̈ܢܰܝ. ܒܳܥܶܐ ܐ̱ܢܳܐ ܡܳܪܝ ܒܚܽܘܒܶܗ ܕܝܳܠܽܘܕܳܟ. ܠܳܐ ܢܰܗܠܽܘܢ ܒܺܝ ܤܳܩܽܘܪ̈ܰܝ ܐܶܠܳܐ ܢܶܚܕܽܘܢ ܡܰܠܰܐܟ̈ܶܐ ܒܚܰܕ ܚܰܛܳܝܳܐ ܕܬܳܐܶܒ ܡܶܢ ܥܰܘܠܶܗ. ܘܢܺܐܡܪܽܘܢ ܕܰܒܪܺܝܟܽ ܗ̱ܘ ܡܳܪܝܳܐ: ܕܰܦܬܺܝܚ ܬܰܪܥܶܗ ܠܬܰܝܳܒ̈ܶܐ ܗ̄ ܒܠܺܠܝܳܐ ܘܒܺܐܝܡܳܡܳܐ܀